Diversen

De Vogelkooi 

Ik liep laatst door het stadspark hier dichtbij mijn huis en ik kwam mijn beste vriend tegen, we gingen even zitten om wat bij te praten en toen zag ik dat hij een lege oude vogelkooi bij zich had ik vroeg hem wat hij daarmee moest en hoe hij er aan kwam.
Dus hij legde het aan mij uit.
Hij vertelde dat hij hier gister ook liep, toen kwam er een jongetje op hem afgelopen met deze kooi in zijn handen. Op de bodem van de kooi zaten drie kleine wilde vogeltje te bibberen van de kou, hij had de jongen aangesproken en gevraagd wat hij daar had.

"O gewoon een paar oude vogeltjes" had de jongen gezegd. "Wat ga je daarmee doen?" vroeg mijn vriend hem toen. "O ik neem ze mee naar mijn huis en dan ga ik hun veertjes eruit trekken en ik geef ze net zolang geen eten totdat ze gaan vechten. Dat wordt zeker lachen" zei hij. "Maar op een gegeven moment wordt je die vogels toch zat en wat ga je er dan mee doen?" vroeg mijn beste vriend. "Ik heb een kat en die is gek op vogeltjes, dan geef ik ze gewoon aan mijn kat".
"Hoeveel wil je voor die vogels hebben?" vroeg mijn vriend. Dat jongetje keek mijn vriend verbaast aan en vroeg:" Wat moet jij nu met een paar oude vogeltjes, je hebt er niets aan, ze kunnen niet eens zingen?". Mijn vriend werd toen even stil en vroeg nog een keer "Hoeveel wil je er voor hebben?".
De jongen dacht even na en zei toen grijnzend:" 50 piek". Mijn vriend trok zonder iets te zeggen zijn portemonnee en gaf de jongen 50 gulden. Deze liet toen de kooi vallen en rende weg met zijn 50 gulden.
Mijn vriend heeft toen de kooi opgeraapt en mee naar huis genomen, daar had hij de vogeltjes wat te eten gegeven en onder een warme lamp gelegd. Vandaag was hij vroeg opgestaan om de vogeltjes weer vrij te laten, hij was weer naar het stadspark gelopen en daar had hij ze stuk voor stuk teruggezet in een boom.
Nu was hij op weg naar huis en was hij mij tegen gekomen. Toen hij me dit had verteld vertelde hij me nog een verhaal. Hij vertelde:

Op een dag kwam Jezus satan tegen, satan grijnsde en keek Jezus aan. "Jezus vroeg hem waarom hij zo blij was". satan lachte weer en zei: "Ik heb een val gezet en ik heb een wereld vol met mensen gevangen, ja ik heb ze allemaal".
"Wat ga je met ze doen vroeg Jezus". satan antwoordde: "O, ik ga ze leren om elkaar te haten en te misbruiken, te verkrachten, hoe ze zich moeten bezatten, dat ze drugs kunnen gebruiken en ik ga ze leren Jouw naam te misbruiken. Ik ga ze leren om wapens uit te vinden en hoe ze elkaar moeten vermoorden, dat wordt zeker lachen". "En wat ga je dan met ze doen als je ze zat bent" vroeg Jezus. "Dan zullen ze sterven" antwoordde satan trots. Toen vroeg Jezus:"wat wil je voor de mensen hebben?". satan keek Hem verbaasd aan en zei:" Jij wilt deze mensen toch niet, je hebt er niets aan, Je zult ze bevrijden en ze zullen alleen maar om Je lachen en Je haten. Ze zullen Je bespugen, ze zullen Je vervloeken en ze zullen Je zelfs vermoorden, Je wilt ze echt niet hebben hoor". Jezus werd even stil: "Wat wil je voor deze mensen hebben?" vroeg Jezus nogmaals. De satan dacht lang na, keek toen Jezus aan en toen begon hij te lachen:"Al Je tranen en al Je bloed" antwoordde hij. Jezus draaide zich om en zonder iets te zeggen ging Hij de weg die Hem uiteindelijk naar het kruis leidde, daar betaalde Hij met Zijn bloed, met Zijn dood voor de verkeerde dingen die jij en ik hebben gedaan, sloot mijn vriend het verhaal af. Ik moest hier diep over nadenken. Toen mijn vriend zag dat ik nadacht, ging hij verder met zijn verhaal. Hij zei:" Is het niet gek dat mensen God lachend aan de kant zetten en zich niet van Hem aantrekken en zich vervolgens afvragen waarom er zoveel ellende is in de wereld, waarom er kinderen doodgaan waarom mensen elkaar afmaken, simpelweg omdat ze anders zijn"? "Is het niet gek dat iedereen zomaar geloofd wat er in krant staat en de Bijbel zonder zich er in te verdiepen als onzin bestempeld, terwijl in de Bijbel dingen voorzegt worden die nu in de wereld gebeuren en je dus in de krant kunt lezen"? "Is het niet gek dat iedereen in de Hemel wil komen, als ze maar niet hoeven te geloven in, nadenken over en doen wat er in de Bijbel staat". "Is het niet gek dat veel mensen gespreken over God maar liever uit de weg gaan en er maar liever niet over nadenken"? "Is het niet gek dat jij zo zult nadenken aan wie jij dit en alles wat God in je leven heeft gedaan zult vertellen, omdat je niet zeker weet hoe ze er op zullen reageren"? Is het niet gek dat we ons drukker maken over hoe andere mensen over ons denken dan over hoe God ons ziet"? "Is dat niet allemaal heel erg gek"?
Toen ik opkeek om wat terug te zeggen zag ik niemand meer en het enige wat ik nog kon doen was diep nadenken over alles wat ik gehoord had, ik hoop dat jij dat ook doet. 

Bron niet bekend.

 

De kamer (Brian Moore 1980-1997)

Engelse vertaling

In de plek tussen slapen en waken zag ik mezelf ineens in een kamer staan. Er was niks speciaals behalve 1 muur, waar allemaal planken stonden met dozen vol met kleine kaarten. Ze leken op kaarten uit de bibliotheek waarop titels op alfabetische volgorde worden gescheiden op auteur en onderwerp. Maar deze archiefkasten, die van de grond tot het plafond reikten en eindeloos leken, hadden hele verschillende opschriften. 

Ik liep dichter naar de muur met kasten toe en op de eerste doos die mijn aandacht trok las ik: “Meisjes die ik leuk heb gevonden”. Ik opende de doos en begon door de kaarten te bladeren.  Geschrokken sloot ik de doos weer toen ik me realiseerde dat ik de namen op elke kaart herkende. En zonder dat iemand het me vertelde wist ik ineens precies waar ik was.

Deze levenloze kamer met de smalle archiefdozen was een ruw ordeningssysteem van mijn leven. Hier waren alle acties van elk moment opgeschreven, groot en klein, met meer details dan ik me kon herinneren. Een gevoel van verbazing en nieuwsgierigheid, gepaard met  afgrijnzen, kwam in me op toen ik onwillekeurig archieven begon te openen en de inhoud ervan bekeek. Sommigen brachten vreugde en aangename herinneringen; anderen zo’n  diep gevoel van schaamte en spijt dat ik achterom wilde kijken om te zien of er ook iemand meekeek.

Een doos genaamd “Vrienden” stond naast een andere: “Vrienden die ik verraden heb”. De titels verschilden van werelds tot ronduit vreemd. “Boeken die ik gelezen heb”, “Leugens die ik heb vertelt”, “Troost die ik gegeven heb”, “Grappen waar ik om gelachen heb”. Sommige waren bijna hilarisch gezien hun nauwkeurigheid: “Dingen die ik tegen mijn broers heb geschreeuwd”. Om anderen kon ik niet lachen: “Dingen die ik in mijn woede heb gedaan”, “Situaties met gemopper op mijn ouders”. Ik bleef verbaasd over de dingen die ik zag.

Vaak waren er meer kaarten dan ik had verwacht. Soms minder dan ik hoopte. Ik was verbaasd over de vele laden en kaarten die het leven beschreven dat ik tot nu toe geleefd had. Zou het echt mogelijk kunnen zijn dat ik in mijn leventje al deze duizenden of zelfs miljoenen kaarten had geschreven? 

Maar elke kaart bevestigde deze waarheid. Elke kaart was geschreven in mijn eigen handschrift en gesigneerd met mijn eigen handtekening. Toen ik een doos pakte waarop stond “liederen waarna ik heb geluisterd”, realiseerde ik me dat deze dozen groeien om de inhoud te kunnen bevatten.De kaarten waren dicht tegen elkaar gezet, en toch had ik na ongeveer 2 of 3 meter het einde van het archief nog niet gevonden. Ik sloot het en schaamde me, niet zozeer door de kwaliteit van de muziek, maar meer door de tijd die het archief vertegenwoordigde. 

Toen kwam ik bij een doos genoemd “Gedachten van lust”. Ik voelde een rilling door mijn hele lichaam gaan. Ik trok het een klein stukje uit de kast omdat ik niet wilde weten hoe groot de doos was. Ik trok er een kaart uit. Ik huiverde toen ik alle details las die er op beschreven stonden. Ik voelde me ziek worden toen ik me bedacht dat zo’n moment opgeslagen en bewaard was. Een bijna dierlijke geestdrift kwam in me op en 1 gedachte domineerde mijn denken: Niemand mag ooit deze kaarten zien! Niemand mag ooit deze kamer zien! Ik moet ze vernietigen! In een gestoorde razernij rukte ik de doos er uit. De grootte deed er niets meer toe. Ik moest het leegmaken en de kaarten verbranden. Maar toen ik het bij het ene uiteinde pakte en er mee op de grond sloeg om de kaarten er uit te gooien kon ik er geen enkele kaart uitkrijgen. Ik werd wanhopig en pakt er 1 kaart uit, maar het enige wat er gebeurde is dat ik besefte dat de kaart zo sterk als staal was toen ik hem probeerde te verscheuren. 

Verslagen en totaal hulpeloos zette ik het archief weer terug in de gleuf. Ik leunde met mijn voorhoofd tegen de muur en slaakte een diepe zucht van zelfmedelijden. En toe zag ik het. De titel was “mensen aan wie ik het evangelie heb vertelt”. Het handvat was lichter van kleur dan de andere dozen er omheen, nieuwer, bijna ongebruikt.  Ik trok aan het handvat en er kwam een klein doosje uit, niet meer dan 8 centimeter lang. Ik kon de kaarten die er in zaten op 1 hand tellen. 

En toen kwam en de tranen. Ik begon te huilen. De snikken kwamen zo diep uit mijn binnenste dat het pijn deed. Ze begonnen in mijn buik en schokten door mij heen. Ik viel op mijn knieën en huilde. Ik huilde vanwege de schaamte, vanwege de overweldigende schaamte van alles.  De rijen met planken vol met dozen warrelden voor mijn betraande ogen. Nooit, nooit, mag iemand te weten komen van deze kamer. Ik moet de deur op slot doen en de sleutel verstoppen. 

Maar toen ik de tranen wegveegde zag ik Hem,. Nee, alsjeblieft niet Hem. Niet hier. Oh, iedereen behalve Jezus. Ik keek hulpeloos toe terwijl Hij laden open begon te trekken en kaarten begon te lezen. Ik kon het niet verdragen om te wachten op Zijn reactie.  En in bepaalde momenten  kon ik mezelf er toe brengen om naar zijn gezicht te kijken, ik zag een verdriet dieper dan mijn eigen. Hij leek intuïtief naar de allerergste dozen te gaan. Waarom moest Hij ze allemaal lezen? 

Uiteindelijk draaide Hij zich om en keek naar mij vanaf de andere kant van de kamer. Hij keek naar me met medelijden in Zijn ogen. Maar dit was niet het soort medelijden waar ik kwaad van werd. Ik liet mijn hoofd vallen, begroef in mijn handen en begon opnieuw te huilen. Hij liep naar me toe en sloeg Zijn arm om me heen. Hij had veel kunnen zeggen, maar Hij zei geen woord. Hij huilde met mij mee. Toen stond Hij op en liep terug naar de muur met kaarten. Hij begon aan het einde van de kamer, Hij nam er een doos uit en één voor één begon Hij Zijn naam over de mijne te schrijven, op elke kaart. 

“Nee!” schreeuwde ik terwijl ik naar Hem toerende. Alles wat ik kon zeggen was “Nee, nee” en ik pakte de kaart van hem af. Zijn naam hoorde niet op deze kaarten te staan. Maar het was er wel, geschreven in rood, zo donker, zo levend. De naam van Jezus bedekte mijn naam. Het was geschreven met Zijn bloed. 

Hij pakte de kaart liefdevol terug. Hij lachte verdrietig en ging door met het schijven van de kaarten. Ik denk dat ik nooit zal weten hoe Hij het zo snel kon doen, maar het volgende moment hoorde ik Hem de laatste doos sluiten en Hij liep terg naar mijn kant. Hij plaatste Zijn hand op mijn schouder en zei: “Het is volbracht”. Ik stond op en Hij leidde me uit de kamer. Er was geen slot op de deur. Er moesten nog steeds kaarten geschreven worden.

The Room

In that place between wakefulness and dreams, I found myself in the room. There were no distinguishing features except for the one wall covered with small index card files. They were like the ones in libraries that list titles by author or subject in alphabetical order. But these files, which stretched from floor to ceiling and seemingly endless in either direction, had very different headings.

As I drew near the wall of files, the first to catch my attention was one that read "Girls I have liked." I opened it and began flipping through the cards. I quickly shut it, shocked to realize that I recognized the names written on each one. And then without being told, I knew exactly where I was.

This lifeless room with its small files was a crude catalog system for my life. Here were written the actions of my every moment, big and small, in a detail my memory couldn't match. A sense of wonder and curiosity, coupled with horror, stirred within me as I began randomly opening files and exploring their content. Some brought joy and sweet memories; others a sense of shame and regret so intense that I would look over my shoulder to see if anyone was watching.

A file named "Friends" was next to one marked "Friends I have betrayed." The titles ranged from the mundane to the outright weird. "Books I Have Read," "Lies I Have Told," "Comfort I have given," "Jokes I Have Laughed at." Some were almost hilarious in their exactness: "Things I've yelled at my brothers." Others I couldn't laugh at: "Things I Have Done in My Anger", "Things I Have Muttered Under My Breath at My Parents." I never ceased to be surprised by the contents.

Often there were many more cards than I expected. Sometimes fewer than I hoped. I was overwhelmed by the sheer volume of the life I had lived. Could it be possible that I had the time in my years to write each of these thousands or even millions of cards?

But each card confirmed this truth. Each was written in my own  handwriting. Each signed with my signature. When I pulled out the file marked "Songs I have listened to," I realized the files grew to contain their contents. The cards were packed tightly, and yet after two or three yards, I hadn't found the end of the file. I shut it, shamed, not so much by the quality of music but more by the vast time I knew that file represented.

When I came to a file marked "Lustful Thoughts," I felt a chill run  through my body. I pulled the file out only an inch, not willing to test its size, and drew out a card. I shuddered at its detailed content. I felt sick to think that such a moment had been recorded. An almost animal rage broke on me. One thought dominated my mind: No one must ever see these cards! No one must ever see this room! I have to destroy them!" In insane frenzy I yanked the file out. Its size didn't matter now. I had to empty it and burn the cards. But as I took it at one end and began pounding it on the floor, I could not dislodge a single card. I became desperate and pulled out a card, only to find it as strong as steel when I tried to tear it.

Defeated and utterly helpless, I returned the file to its slot. Leaning my forehead against the wall, I let out a long, self-pitying sigh. And then I saw it. The title bore "People I Have Shared the Gospel With." The handle was brighter than those around it, newer, almost unused. I pulled on its handle and a small box not more than three inches long fell into my hands. I could count the cards it contained on one hand.

And then the tears came. I began to weep. Sobs so deep that they hurt. They started in my stomach and shook through me. I fell on my knees and cried. I cried out of shame, from the overwhelming shame of it all. The rows of file shelves swirled in my tear-filled eyes. No one must ever, ever know of this room. I must lock it up and hide the key.

But then as I pushed away the tears, I saw Him. No, please not Him. Not here. Oh, anyone but Jesus. I watched helplessly as He began to open the files and read the cards. I couldn't bear to watch His response. And in the moments I could bring myself to look at His face, I saw a sorrow deeper than my own. He seemed to intuitively go to the worst boxes. Why did He have to read every one?

Finally He turned and looked at me from across the room. He looked at me with pity in His eyes. But this was a pity that didn't anger me. I dropped my head, covered my face with my hands and began to cry again. He walked over and put His arm around me. He could have said so many things. But He didn't say a word. He just cried with me. Then He got up and walked back to the wall of files. Starting at one end of the room, He took out a file and, one by one, began to sign His name over mine on each card.

"No!" I shouted rushing to Him. All I could find to say was "No, no," as I pulled the card from Him. His name shouldn't be on these cards. But there it was, written in red so rich, so dark, so alive. The name of Jesus covered mine. It was written with His blood.

He gently took the card back. He smiled a sad smile and began to sign the cards. I don't think I'll ever understand how He did it so quickly, but the next instant it seemed I heard Him close the last file and walk back to my side. He placed His hand on my shoulder and said, "It is finished." I stood up, and He led me out of the room. There was no lock on its door. There were still cards to be written.

 

Is hier nog iemand die in God gelooft? Er was eens een professor in de filosofie die een zeer overtuigd atheïst was. 
Zijn eerste doel was gedurende het eerste semester, de eerstejaars klas ervan te overtuigen dat God niet kon bestaan. 
Zijn studenten durfden nooit met hem te discussiëren daarover, vanwege zijn onweerlegbare logica. 
Al 20 jaar lang gaf hij op deze manier les, en nooit was iemand tegen hem ingegaan. De studenten discussieerden wel onderling, 
maar nooit echt tegen hem. Dit vanwege zijn enorme reputatie. Iedere keer aan het einde van het 1e semester op de laatste dag, 
zei hij tegen zijn klas van 300 studenten: Als er hier iemand is die nog in God gelooft, sta op! In de afgelopen 20 jaar was er echter niemand opgestaan. Alle studenten wisten wat er nu zou gaan gebeuren. De professor vervolgde: Iemand die in God gelooft is namelijk een stommeling! Als God zou bestaan, dan zou hij voorkomen dat dit stukje kalk op de grond uit elkaar zal spatten. 
't Is een simpele opdracht om te bewijzen dat Hij God is, maar Hij kan zelfs dat niet! En ieder jaar gooide hij dan een stukje kalk op de grond en iedere keer spatte het uit elkaar in duizend stukjes. De studenten konden dan niets anders doen dan toekijken. 
De meesten waren dan ook overtuigd dat God niet bestaat. Zeker, onder hen waren ook Christenen, maar ook zij durfden niet op te staan. Het afgelopen jaar was er een jongeman die ook les kreeg van deze professor. Hij was een Christen en had ook de verhalen over de prof gehoord. Hij moest de colleges filosofie volgen, omdat dat verplicht was voor zijn diploma. Ook hij was bang om tegen de professor in te gaan. Maar gedurende het semester bad hij iedere keer, om toch te mogen opstaan aan het eind van het semester. 
Dat ondanks alles wat de prof zou zeggen of zijn medestudenten van hem zouden denken. Hij bad dat zij zijn geloof niet zouden kunnen schaden. Uiteindelijk was de dag daar. De professor sprak: Als hier iemand is die nog gelooft in God, sta op! De professor en de andere studenten keken verbaasd en geschokt om toen de jongeman opstond. De professor schreeuwde: Stommeling! 
Als niks van wat ik je dit semester verteld heb je heeft overtuigd, dan ben je echt een stommeling! Ik zal je nu bewijzen dat ik gelijk heb. Namelijk als God bestaat, dan zal Hij dit stukje kalk niet kapot laten gaan als het de grond raakt. De prof wilde het stukje laten vallen, maar het gleed uit zijn vingers, door de mouw van z'n colbert, langs zijn broekspijp en op zijn schoen. Daarna stuiterde het op de grond en rolde ongebroken verder.De mond van de prof viel open van verbazing toen hij de kalk zag wegrollen. Hij keek de jongeman aan en rende de zaal uit.De jongeman liep verder naar voren en getuigde van zijn geloof in Christus. Zijn medestudenten gingen weer zitten en luisterden naar wat hij vertelde over Gods liefde en trouw.

Bron niet bekend.

 

'Moet er dan weer iemand
heen om het uit te leggen?'

God zat somber op zijn troon. 'Ik wou dat ik het allemaal nog es over kon doen,' zei hij tegen zijn zoon, die naast hem zat. 'Als ik nou een van die presidenten op de knop laat drukken en BOEM! Alles weg en weer woest en ledig en morgen begin ik gewoon opnieuw.
'Dat kunt U niet maken, Vader.'
'Waarom niet?'
'U hebt beloofd dat U het met deze wereld zou doen.'
'Ja jongen, je hebt gelijk en laten we eerlijk zijn: zo slecht gaat het nou ook weer niet de laatste tijd. Er wordt weer behoorlijk veel gebeden. Gabriël!'
'Ja mijnheer.'
'Heb je de kas opgemaakt?'
'Ja mijnheer.'
'Laat de dagstaten eens zien.'
'Alstublief mijnheer.'
'Dank je, Gabriël.'
'Nog iets van uw orders, mijnheer?'
'Nee, Gabriël, vanavond niet meer. Ga maar engelen kijken.'
God pakte de computervellen en zei: 'Moet je zien: 32 miljoen gewone gebeden, 18 miljoen schietgebedjes, 1 miljard harde uitroepen van mijn naam en 2 1/2 miljard in combinatie met die van jou en je moeder. Dat is toch prachtig?'
'U moet die cijfers niet zomaar klakkeloos lezen. Die moet U interpreteren.'
'Wat is dat?'
'Dat zal ik U uitleggen: Tachtig procent van die gebeden zijn verplichte nummers van professionals: priesters, dominees, leraren op christelijke scholen en voorzitters van christelijke politieke partijen. En het is een zorgelijke tijd beneden en dan worden de mensen onrustig, als ze er niks aan doen en dat jaagt het gemiddelde omhoog. En die uitroepen van onze naam, dat zijn gewoon ordinaire vloeken en kreten van pijn of genot.'
'Als de mensen mij nog maar bij name kennen.'
'Zij weten wel wie U bent, maar niet meer precies wat U bent.'
'Jongen, ik snap het niet meer,' zuchtte God. 'Ik heb ze toch wel wat gegeven: de schepping met alles erop en eraan. Dat was toch een mooi ontwerp. Ik heb ze nog een keer gewaarschuwd met de zondvloed. Noach mocht opnieuw beginnen. Toen ging het weer mis. Ik dacht: Ik stuur mijn enige zoon, en die hebben ze zelfs laten zitten.'
'Laten hangen zult U bedoelen.'
'En ze kunnen toch lezen? Ze hebben de Bijbel, de Tien Geboden, de Profeten, het Nieuwe Testament, de Psalmen en gezangen en twintig eeuwen theologen en catechese om het allemaal nog eens haarfijn uit te leggen. Ze kunnen tegenwoordig hun geloof belijden op hun manier. Ik maak geen ondescheid meer. Dat doen ze zelf. Zolang ze niet naar die Khomeiny hollen, zal het mij allemaal een zorg zijn. Als ze maar in iets of iemand geloven.'
'Ze moeten eerst weer in zich zelf geloven, Vader.'
'Wat moet ik dan? Nog meer wonderen doen? Moet er dan weer iemand heen om het uit te leggen? En wie dan? We kunnen die ouwe jongens toch niet terugsturen? Die zitten net lekker rustig hier: Johannes de Doper, Augustinus, Thomas van Aquino, Gandhi, Martin Luther King. Is er onder de jonge generatie dan niemand? Die Michael Jackson, kunnen wij die niet krijgen?'
'Daar hebben we niks aan. Die is mensenschuw.'
Het was lange tijd stil. God dacht na. Zijn hoofd rustte in zijn oude handen. Hij keek op en zei: 'Als ik nou es zelf zou gaan?'
'Dat moet u niet doen, Vader. Ze zullen U niet herkennen.'
'Maar ik kan toch gewoon zeggen: 'Ik ben God'
'Dat zeggen er zoveel. Dan pakken ze U op en stoppen U in een inrichting. Daar krijgt U librium, bezigheidstherapie van een welzijnswerker die zegt dat U eerst van Uzelf moet leren houden en eenmaal in de week bezoek van een priester, die zegt dat het allemaal de wil van God is. Bovendien, wat zou u ze dan willen zeggen, wat ze niet allang weten of kunnen weten?'
Toen werd het echt heel stil in de hemel. Je kon een engel horen vallen. De wereld wentelde zich langzaam naar een nieuwe dag. God keek naar beneden. Hij vond het nog altijd mooi, wat hij zag. Toen stond Hij op en zei: 'Ik zou ze zeggen: Niet bang zijn.'

Paul van Vliet (1985). Deze conférence staat in Ik ben mij er eentje, een verzameling cabaretteksten. Het boekje werd in 1991 uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar in Amsterdam.

 

Vreemd en merkwaardig

Vreemd, dat 100 Euro zo veel lijkt, als je naar de kerk gaat, maar zo weinig, als je ermee gaat shoppen...

Vreemd, hoe lang het duurt, God een uur te dienen, maar hoe snel 60 minuten voetbal omgaan.

Vreemd, hoe lang een paar uren in de kerk zijn En hoe kort ze zijn, als je een film kijkt...

Vreemd, dat we niet weten wat we bidden moeten, maar dat we onze vriend altijd wel wat te vertellen hebben...

Vreemd, dat het zo spannend is als de voetbalwedstrijd in de verlenging gaat, en hoe we zuchtend op ons horloge kijken als de kerkdienst langer
duurt dan anders...

Vreemd, hoe moeilijk het is om een hoofdstuk uit de Bijbel te lezen, Maar hoe makkelijk het is om 100 bladzijden van een bestseller te verslinden.

Vreemd, hoe mensen bij een concert dolgraag de voorste plaats willen en zich in de kerk om een achterste plaats verdringen...

Vreemd, dat we 2 tot 3 weken nodig hebben om een kerkelijke aangelegenheid in ons plan te brengen, maar een andere aangelegenheid op het laatste moment beslist kan worden...

Vreemd, hoe moeilijk het is voor de mensen om het Goede Nieuws te vertellen, maar hoe makkelijk is om de laatste roddels verder te vertellen.

Vreemd, dat we de krant geloven, maar twijfelen aan wat de Bijbel zegt...

Vreemd, dat zich grappen over internet verspreiden, maar als iemand begint nieuws dat God verheerlijkt te verzenden, denken mensen wel twee keer na of ze het wel door zullen sturen...

Vreemd, of niet? Lach je? Denk je na? Verspreidt het goede nieuws en geef God de eer, want Hij is goed!

 

Vreemd? Treurig? Stel je voor dat jou het volgende overkomt:

 

Op een morgen tijdens een kerkdienst zijn 2000 christenen verrast om 2 mannen te zien, die van hoofd tot voeten in het zwart gehuld zijn en machinegeweren dragen. Een van de mannen roept: "Iedereen, die bereid is om een kogel voor Christus door zijn lichaam te krijgen: blijf staan waar je staat!" Meteen vluchten het koor, de diakenen, en de meeste van de aanwezigen. Van de 2000 blijven er ongeveer 20 staan.

De man, die gesproken had, trekt zijn zwarte kleding uit, kijkt naar de prediker en zegt: Ok pastoor, ik heb alle huichelaars ontmaskerd! Nu kunt u met uw dienst beginnen. Ik wens u een mooie dag! En de beide mannen draaien zich om en vertrekken.

Merkwaardig, hoe makkelijk mensen God verloochenen en zich erover verwonderen waarom de wereld naar de hel gaat.

Merkwaardig, dat iedereen in de hemel! komen wil en dan ook maar aanneemt dat ze niet hoeven te geloven, te denken, te zeggen en te doen wat er in de Bijbel staat. Of is dat te beangstigend?

Merkwaardig, hoe iemand zeggen kan: "Ik geloof in God", maar desondanks ook nog de duivel volgt. (die, tussen haakjes, ook in God "gelooft")

Merkwaardig, hoe het obscene, vulgaire, gewelddadige en occulte vrij de cyberspace passeren kan, maar een openlijke discussie over Jezus in de
scholen en werkplaatsen onderdrukt wordt. Merkwaardig, nietwaar?

Merkwaardig, dat je in vuur en vlam kan staan voor God in de kerkdienst, maar de rest van de week een onzichtbare christen bent.

Merkwaardig, dat ik me meer bezorgd maak over wat de mensen over mij denken, dan wat God van mij denkt

Bron niet bekend.

 

Hallo,

Hoe gaat het met je? Ik wilde je toch even schrijven om je te laten zien hoe ik van je hou.

Ik zag je gisteren, toen je met je vrienden praatte. Ik heb de hele dag gewacht, want Ik hoopte dat je ook met Mij wilde praten…

Toen het avond werd gaf ik je een prachtige zonsondergang en een koele wind, zodat je kon rusten en Ik wachtte, maar je kwam niet….

Ik zag je slapen en verlangde ernaar om je wenkbrauwen aan te raken, dus liet ik het maanlicht op je kussen en je gezicht vallen.

Opnieuw wachtte Ik af, verlangend om naar je toe te komen zodat we zouden kunnen praten. Ik heb zoveel dingen die Ik je wil geven!

Toen werd je weer wakker en haastte je naar je werk.

Mijn tranen waren in de regen…..

Vandaag zag je er zo bedroeft uit, zo alleen. Het doet Mijn hart pijn, want Ik weet hoe jij je voelt. Mijn vrienden lieten Mij in de steek en deden Mij ook pijn, maar Ik hou van jou!

Och, als je alleen maar naar Me wilde luisteren. Ik hou van je en dat probeer ik te vertellen in de blauwe lucht en in het groene gras. Ik fluister het door de bladeren van de bomen en adem het door de kleuren van de bloemen. Ik schreeuw het naar je door de bergrivieren en Ik geef aan de vogels een liefdeslied om voor jou te zingen. Ik omhul je met warme zonneschijn…

Mijn liefde voor jou is dieper dan de oceaan, hoger dan de bergen en groter dan de grootste nood van jouw hart. Och, als je alleen eens wist hoe ik ernaar verlang om met je te wandelen en te praten.

 

Ik weet hoe moeilijk het op aarde is. Ja, ik weet het echt! En ik zou je zo graag willen helpen.

Ik zou het ook erg fijn vinden als je Mijn Vader zou ontmoeten, Hij wil jou ook helpen, net als Ik. Zo is Mijn Vader helemaal, weet je…

Roep Me! Vraag Me! Praat met Me! Ik heb zo ontzettend veel om met jou te delen…

Maar Ik zal je nu niet langer lastig vallen. Je bent vrij om te kiezen.

Ik heb al voor jou gekozen….daarom blijf Ik op je wachten….

 

Omdat Ik van je hou!

Je Vriend Jezus

Bron niet bekend.

 

Een levende bijbel 

Zijn naam is Bill. Hij heeft wild haar, draagt een t-shirt met gaten, een spijkerbroek en  heeft geen schoenen. Dat was zo ongeveer al zijn kleding tijdens de 4 jaar dat hij studeerde. Hij was briljant. Een beetje geheimzinnig en heel, heel slim. Hij werd christelijk tijdens zijn studententijd.

Aan de overkant van het schoolterrein was een nette, conservatieve kerk. Ze wilden een bediening onder studenten opzetten, maar wisten niet goed hoe ze dat moesten doen. Op een dag besloot Bill naar die kerk te gaan.

Hij liep naar binnen zonder schoenen, in een spijkerbroek, zijn t-shirt en zijn wilde haren. De dienst was al begonnen dus Bill begon door het gangpad  naar voren te lopen om een plekje te zoeken. De kerk was helemaal vol en hij kon geen stoel meer vinden. Inmiddels keken alle mensen wat ongemakkelijk, maar niemand zei iets. Bill kwam dichter en dichter bij de kansel en realiseerde zich toen dat er helemaal geen stoelen meer vrij waren. Dus ging hij maar op de grond zitten (hoewel dat in een studentengemeente heel normaal was, was dat in deze gemeente nog nooit gebeurd).

De andere kerkgangers voelden zich opgelaten en er hing een enorme spanning in de kerkzaal. Toen zag de predikant dat helemaal van achter uit de zaal een diaken langzaam Bill’s richting uit liep. De diaken was in elk geval wel 80 jaar, had zilver-grijs haar en droeg een 3-delig pak. Een godsvruchtig man, zeer smaakvol, zeer hoffelijk. Hij liep met een wandelstok en, terwijl hij naar de jongen toeliep, dacht iedereen in zichzelf dat ze het hem niet kwalijk konden nemen wat hij nu zou gaan doen. Hoe zou een man van zijn leeftijd en achtergrond zo’n student op de grond kunnen begrijpen?

Het duurde een tijdje voordat de man bij de student kwam. De kerk was doodsstil, het enige geluid was het tikken van de wandelstok van de diaken. Alle ogen waren op hem gericht.

De predikant begon niet te spreken totdat de diaken had gedaan wat hij moest doen.

Toen de diaken bij de student gekomen was zag de gemeente dat deze oudere man zijn wandelstok op de grond gooide. Met grote moeite vernederde hij zichzelf, ging naast Bill op de grond zitten en aanbad God met hem zodat hij niet alleen is.

Iedereen werd vervuld met emoties. Toen de predikant zichzelf weer onder controle had zei hij: “Wat ik u wil gaan zeggen zult u zich nooit meer herinneren. Wat u net heeft gezien zult u nooit vergeten. Wees voorzichtig met hoe u leeft. U bent misschien wel de enige bijbel die sommige mensen lezen.”

Dat is zo waar! We moeten allemaal af en toe stoppen en onszelf afvragen: “wat voor getuigenis geef ik door mijn handelingen?” 

Bron niet bekend.

 

Jezus is op de hoofdlijn bel Hem op en vertel Hem wat je wilt 

Als je verdriet hebt, bel Joh 14 
Als mensen je teleurstellen, bel Psalm 27 
Als je vruchtbaar wilt zijn, bel Joh 15 
Als je hebt gezondigd, bel Psalm 51 
Als je je zorgen maakt, bel Matth. 6:19-34 
Als je in gevaar bent, bel Psalm 91 
Als God ver weg lijkt, bel Psalm 139 
Als je je geloof wakker geschud moet worden, bel Hebr. 11 
Als je eenzaam en bang bent, bel Psalm 23 
Als je bitter en kritisch bent, bel I Cor 13 
Voor het geheim tot geluk volgens Paulus, bel Col 3:12-17 
Om het christendom te begrijpen, bel I Cor 5:15-19 
Als je je down en teneergeslagen voelt, bel Rom. 8:31 
Al je vrede en rust wilt, bel Matth. 11:25-30 
Als de wereld groter lijkt dan God, bel Psalm 90 
Als je zekerheid in Christus wilt, bel Rom. 8:1-30 
Als je voor werk of recreatie op reis gaat, bel Psalm 121 
Als je gebeden eng worden of egoïstisch, bel Psalm 67 
Voor grote vindingrijkheid, bel Jes. 55. 
Als je moed nodig hebt voor een taak, bel Jozua 1. 
Hoe je met je naaste moet omgaan, bel Rom. 12. 
Als je aan investeringen en winst denkt, bel Marcus 10. 
Als je depressief bent, bel Psalm 27. 
Als je portemonnee leeg is, bel Psalm 37. 
Als je het vertrouwen in mensen verliest, bel I Cor. 13. 
Als mensen onvriendelijk lijken, bel Joh. 15. 
Als je ontmoedigd bent over je werk, bel Psalm 126. 

ALTERNATIEVE NUMMERS:

Om met angst om te gaan, bel Psalm 34:7 
Voor veiligheid, bel Psalm 121:3 
Voor zekerheid, bel Marcus 8:35 
Voor nog meer zekerheid, bel Psalm 145:18 

ALLE LIJNEN NAAR DE HEMEL ZIJN 24 UUR PER DAG OPEN! 
VOED JE GELOOF, DAN ZAL TWIJFEL VERDWIJNEN

Bron niet bekend.

 

Did Jesus use a modem
Did Jesus use a modem,
At the Sermon on the Mount?
Did He ever try a broadcast fax,
To sent His message out?
Did the disciples carry beepers,
As they went about their route?
Did Jesus use a modem,
At the Sermon on the Mount?


Did Paul use a Laptop,
With lots of RAM and ROM?
Were the Epistles posted on a Website,
At Paul.Rome.Com?
Did the man from Macedonia,
Send an E-Mail saying "Come?"
Did Paul use a Laptop,
With lots of RAM and ROM?


Did Moses use a joystick,
At the parting of the Sea?
And a Satellite Guidance Tracking System,
To show him where to be?
Did he write the law on tablets,
Or are they really on CD?
Did Moses use a joystick,
At the parting of the Sea?


Did Jesus really die for us,
One day upon a tree?
Or was it just a Hologram,
Or Technical Wizardry?
Can you download the Live Action Video Clip,
To play on your PC?
Did Jesus really die for us,
One day upon a tree?


Have the wonders of this modern age,
Made you questioning what is true?
How a single man, in a simple time,
Could offer life anew?
How a singles life, a cruel death,
Then a glorious life again,
Could offer more to a desperate world,
Then all the inventions of man?


If in your life, the voice of God,
Is sometimes hard to hear.
With all the other voices calling,
His doesn't touch your ear.
Then set aside your laptop and modem,
And all your fancy gear.
And open your Bible, open your heart,
And let your Father draw near

Bron niet bekend.

 

 

12mark | | | | Tel. 085-1042217 | Email 350t3r13+test@gmail.com
Powered by