Leviathan

 

 

Leviathan:
Kronosaurus, zo heet het nu.
 
 
Jesaja 27 NBV
 
1 Op die dag zal de HEER ingrijpen:
hij trekt zijn groot en machtig zwaard
tegen Leviatan, de snelle, kronkelende slang,
en hij zal Leviatan doden, het monster in de zee.
 
The Destruction Of Leviathan by Gustave Doré
 
 
Psalm 104 NBV beschrijft ook dat de leviathan in de zee woont
 
24 Hoe talrijk zijn uw werken, HEER.
Alles hebt u met wijsheid gemaakt,
vol van uw schepselen is de aarde.
25 Zie hoe wijd de zee zich uitstrekt.
Daar wemelt het, zonder tal,
van dieren, klein en groot.
26 Daar bewegen de schepen zich voort,
daar gaat Leviatan, door u gemaakt om ermee te spelen. * (104:26) ermee te spelen – Ook mogelijk is de vertaling: ‘er te spelen’.
 
 
 
Job 40 NBV
 
25 Kun jij met een haak de krokodil op de kant trekken (De statenvertaling of KJV vertaald niet krokodil maar leviatan)
en zijn tong met een touw beteugelen?
26 Kun jij met een riet zijn neus doorsteken
en met een doorn zijn kaak doorboren?
27 Zou hij jou bidden en smeken
en vriendelijke woorden tot je richten?
28 Zou hij een verbond sluiten met jou,
zodat jij hem voortaan als knecht kunt hebben?
29 Kun je met hem spelen als met een vogel,
hem aan een touw houden, voor je dochters?
30 Zal het vissersgilde over zijn prijs onderhandelen
en hem tussen de kooplieden verdelen?
31 Kun jij speren in zijn huid planten
en een harpoen door zijn kop steken?
32 Waag het eens hem aan te raken –
weet wel: het zou je laatste strijd zijn.
Job 41:1 De hoop van elke aanvaller wordt beschaamd,
alleen al bij zijn aanblik wordt hij teruggeworpen.
2 Wie zou het wagen om hem op te schrikken?
Wie kan aantreden om met hem te strijden?
3 Wie daagt hem uit zonder daarvoor te boeten?
Niemand, hij heeft op de hele aarde zijn gelijke niet.
4 Ik zal niet zwijgen over zijn machtige dijen,
over zijn geweldige krachten en fraaie gestalte.
5 Wie kan zijn opperhuid afvillen?
Wie dringt door zijn dubbele pantser* (41:5) pantser – Volgens de Septuaginta. MT: ‘bit’. heen?
6 Wie heeft de kracht om zijn kaken te openen?
Schrikwekkend gapen de tanden in zijn muil.
7 Zijn rug is met schilden geschubd,
ondoordringbaar verzegeld.
8 Ze sluiten dicht op elkaar aan
en laten niet de minste lucht door;
9 het ene kleeft vast aan het andere,
aaneengesloten en onscheidbaar.
10 Wanneer hij proest, flikkert het licht,
zijn ogen schitteren als de dageraad.
11 Brandende fakkels komen uit zijn bek,
vonkenregens vliegen door de lucht.
12 Zijn neusgaten walmen,
als een kokende ketel of rokend riet.
13 Zijn adem laat kolen ontbranden,
uit zijn bek slaat een vlam. (wij zouden dit in de volksmond een draak noemen)
14 Zijn nek zwelt op van kracht,
zijn muil straalt niets dan verschrikking uit.
15 Zijn vlees sluit dicht om hem heen,
als om hem gegoten, onwrikbaar.
16 Zijn hart is hard als een rots
en hard als de onderste maalsteen.
17 Komt hij overeind, dan deinzen stortzeeën terug
en wijken brekers.
18 Geen tegen hem getrokken zwaard houdt stand,
geen speer, geen lans, geen pijl.
19 IJzer beschouwt hij als stro,
brons als rot hout.
20 Hij slaat niet op de vlucht voor de pijl uit de boog,
slingerstenen raken hem – het zijn maar stoppels.
21 Voor hem is een knuppel als stro
en hij lacht om het suizen van speren.
22 Zijn onderlijf is zo scherp als een scherf;
als een dorsslede snijdt hij door de modder.
23 Hij laat de diepten kolken,
de zee als een mengkroes zieden.
24 Hij laat een spoor van lichten achter,
alsof de zee met zilverwitte koppen is bekroond.
25 Hij heeft op de aarde zijn gelijke niet,
hij is een schepsel zonder vrees.
26 Op al wat hoog is kijkt hij neer,
hij is de koning van alle trotse dieren.
 
Jesaja 27:1 Statenvertaling noemt het gewoon een draak:
Te dien dage zal de Heere met Zijn hard, en groot, en sterk zwaard bezoeken den Leviathan, de langwemelende slang, ja, den Leviathan, de kromme slomme slang; en Hij zal den draak, die in de zee is, doden

 

12mark | | | | Tel. 085-1042217 | Email 350t3r13+test@gmail.com
Powered by